Ted Langenbach over het begin van een muzikale renaissance

Ted Langenbach kijkt terug op Pandora 1985 als het festival dat liet zien dat de alternatieve popmuziek halverwege de jaren tachtig aan een wederopstanding was begonnen. ʻEen moeilijke periode met veel grauwe muziek was afgesloten. De punkscene, ook in Rotterdam, was heel serieus en moralistisch geworden. Sommige punkbands evolueerden wel maar dat werd hen niet in dank afgenomen door de hardcore punks, want dan hield je uitverkoop. Maar die kritiek van punks van het eerste uur kreeg iets zeurderigs. Het was tijd voor nieuwe muzikale vormen en stijlen, en ook voor het verbinden van muziek met andere kunstdisciplines. Op Pandora zag je dat: pluriformiteit en geen hokjes meer.ʼ
Ted Langenbach (Rotterdam, 1959), Nederlands bekendste party-organisator, stond zelf rond 1985 ook aan het begin van een avontuurlijke periode die tot op vandaag – met zijn Now&Wow-feesten – voortduurt. Hij had de studierichting Visuele Communicatie en Plastische Vorming aan de kunstacademie in Rotterdam gevolgd maar niet afgemaakt. Hij stortte zich in de krakers- en punkwereld en werd bassist van de funky postpunkband Dojoji, die twee platen maakte. Langenbach: ʻDaarna, midden jaren tachtig, begon ik zelf feestjes te organiseren. Want je voelde wel dat er nieuwe muzikale ontwikkelingen gaande waren, maar er waren weinig vaste ontmoetingsplekken in de stad. Ik draaide dan rap- en dansmuziek bij kunstenaars thuis of op openingen van bijvoorbeeld Boijmans. Ik organiseerde die feestjes samen met o.a. kunstenaar Gerald van der Kaap en met Arjen de Vreede, die later bekend werd als dj DNA bij Urban Dance Squad.ʼ
ʻDe volgende stap was dat we zelf flyers maakten voor de feesten, en gingen samenwerken met beeldend kunstenaars, ontwerpers, dansers en mensen uit de modewereld. En de vj-cultuur begon zich te ontwikkelen, dus dat betrokken we er ook bij. Vjʼs werkten in het begin nog analoog, met super 8-camera en VHS-tapes en zo, haha. Zo ontstonden allerlei kruisbestuivingen. We gingen ook naar feesten in Amsterdam, Antwerpen, Berlijn en daar deden we inspiratie op. Overal zag je een nieuwe uitgaanscultuur ontstaan, en dat begon vaak met jonge mensen uit de kunstwereld die iets nieuws en optimistisch wilden en zelf daarom feesten organiseerden.ʼ
Tegelijkertijd ontwikkelde de internationale dansmuziek zich snel. Chicagohouse (een mutatie van disco), electro, rap – Langenbach draaide het allemaal voor een soms onwennig publiek. Maar in 1988 sloeg de house vanuit de V.S. en Engeland in Nederland plotseling in, en alles viel daarmee voor Langenbach op zijn plaats. Zijn MTC Parties, voorheen op verschillende locaties, kregen een onderkomen in Nighttown en later de Cruise Terminal. Langenbach: ʻDie ontwikkelingen gebeurden dus allemaal binnen een paar jaar na Pandora. In de tijd van Pandora was ik nog een soort discopunk, of anders gezegd een colbertje-punk. Dat zie je ook op de foto die daar van mij is gemaakt. En verder herinner ik me van het Pandora-publiek veel zwarte kleding, mensen met hoedjes, leren petten, wijde broeken, neo-dadaïsten, beatniks, jazzfanaten, soulliefhebbers, alles door elkaar. Het begin van wat ik als een muzikale renaissance zie.ʼ


Auteur artikel
Erik Brus (1964) schreef met Fred de Vries het boek ‘Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam
van 1960 tot nu’ (Lebowski, 2012). Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization van
de film Zwartboek (Paul Verhoeven, 2006). In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek
‘Ken zó in Boijmans’ – Frans Vogel 80. In 2016 was hij samensteller van ‘Sleutelaar worden: herinneringen
van en aan een zwijgende dichter’ (Studio Kers), en in 2017 van ‘Vaan nu – C. B. Vaandrager met
andere ogen’ (Studio Kers).